Deze website is in ontwikkeling.

Artikelindex

 

9. Seinen op kracht- en overige spoorvoertuigen

Nr. / Sein Afbeelding Betekenis
 Nr. 401 Frontseinen   Tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg gezien de rijrichting is de trein voorzien van:
  • drie brandende witte of gele lichten aan de voorzijde;
  • bij gebruik van het hogesnelheidsspoorwegsysteem drie brandende witte lichten aan de voorzijde.
Indien treinstellen tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg zijn gekoppeld, wordt de verlichting op de plaats van de koppeling gedoofd.
Nr. 401b
geduwde trein
  Historische voertuigen die van oudsher de A-configuratie van de opstelling van de frontseinen niet kunnen tonen, mogen ook een L-configuratie tonen.
Uitsluitend voor historische voertuigen die daarvoor niet ingericht zijn, bij geduwd rangeren, twee naar voren gerichte witte lampen op gelijke hoogte op het voorste voertuig van een geduwde trein.
Nr. 401c
Trein en locomotief op spoorwegemplacement
  Een krachtvoertuig is tijdens het gebruik van een hoofdspoorweg uitsluitend binnen een spoorwegemplacement aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van een brandend wit licht.
Het aan de voor- en aan de achterzijde voorzien van tenminste een brandend wit licht is niet van toepassing gedurende de periode dat een locomotief of een trein op een hoofdspoorweg binnen een spoorwegemplacement is geparkeerd.
Nr. 413
Twee rode lichten met één, twee of drie witte lichten
  Stoppen in verband met gevaar.
Nr. 401d
Twee afwisselend of gelijktijdig knipperende, witte lichten aan frontzijde
Stoppen in verband met gevaar.
Nr. 403
Sluitseinen
Bij treinen
Twee brandende, al dan niet knipperende, rode lichten aan de achterzijde of twee schilden (403-1, 403-2 of 403-5).
In het internationale verkeer moeten de schilden voldoen aan het model uit de TSI-OPE.
    Bij treinen van het hogesnelheidspoorwegsysteem tijdens het gebruik van de hoofdspoorweg
Twee brandende rode lichten aan de achterzijde (403-1).
    Bij treinen op een buiten dienst gesteld spoor
Een brandend, al dan niet knipperende, rood licht aan de achterzijde (403-3 of 403-4).
  Bij treinen niet bestemd voor het vervoer van personen
Aan de achterzijde zijn voorzien van een brandend, al dan niet knipperend, rood licht of twee schilden (403-3, 403-4 of 403-5).
Nr. 403-6
Internationaal sluitschild
In het internationale verkeer moeten de schilden voldoen aan het model uit de TSI-OPE (paragraaf 4.2.2.1.3.2).
Twee reflecterende platen met aan de zijkanten witte driehoeken en boven- en onderaan rode driehoeken
Nr. 410
Gele vlag(gen)
  Niet tegen het spoorvoertuig rangeren of afstoten.
Nr. 412a
Rood zwaai- / knipper- / flitslicht
  Aanduiding aan het wegverkeer van een trein.

Copyright

De informatie op deze site is zorgvuldig samengesteld. Desondanks kunnen fouten of onjuistheden niet worden uitgesloten. DutchRail aanvaardt op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Het gebruik van deze site is dan ook geheel voor uw eigen risico.
 

Contact

Voor vragen en tips over de website kunt u gebruik maken van het contactformulier. Wij stellen dit zeer op prijs!

Neem contact op!